Gratis zoet water voor bedrijven: wie betaalt de rekening?

Watergebruik op de Zuid-Hollandse eilanden vraagt om een eerlijkere verdeling van de kosten

De beschikbaarheid van voldoende zoet water is steeds minder vanzelfsprekend. Door klimaatverandering krijgen we vaker te maken met langdurige droogte en wisselende rivierafvoeren. Toch kunnen agrarische en andere bedrijven op de Zuid-Hollandse eilanden rekenen op een ruime aanvoer van zoet water, zonder daarvoor rechtstreeks te betalen. Dat roept een belangrijke vraag op: is het nog wel redelijk dat de kosten van deze watervoorziening volledig voor rekening van het waterschap en daarmee indirect van de samenleving komen?

Tijdens de droge zomer van vorig jaar werd op de Zuid-Hollandse eilanden volop gebruikgemaakt van de mogelijkheden om gewassen te beregenen. Terwijl in grote delen van Nederland sprake was van watertekorten, zette waterschap Hollandse Delta alles op alles om de beschikbaarheid van zoet water op de eilanden te waarborgen. Beregeningsinstallaties draaiden op grote schaal en bedrijven konden hun productie op peil houden.

Voor de gebruikers is dit water in veel gevallen gratis. De aanvoer en beschikbaarheid ervan vragen echter om aanzienlijke inspanningen, voorzieningen en investeringen van het waterschap. De kosten worden daarmee gedragen door de gemeenschap, terwijl de directe economische voordelen vooral terechtkomen bij de bedrijven die het water gebruiken.

Europese regels vragen om een andere aanpak

De discussie over de prijs van watergebruik is niet nieuw. De Europese Kaderrichtlijn Water schrijft voor dat lidstaten rekening houden met het terugwinnen van de kosten van waterdiensten. Daarbij moeten niet alleen de directe financiële kosten worden meegenomen, maar ook de milieu- en grondstoffenkosten. Ook moeten prijsprikkels bijdragen aan een efficiënt en duurzaam watergebruik.

Nederland heeft op dit terrein nog stappen te zetten. Zowel de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) als de Europese Rekenkamer hebben eerder gewezen op tekortkomingen in de manier waarop de kosten van watergebruik worden doorberekend. In 2021 constateerde de Europese Rekenkamer dat de kostenterugwinning in de landbouw onvolledig is en dat milieu- en grondstoffenkosten onvoldoende in de waterprijs worden verwerkt.

Volgens de Europese Rekenkamer leidt dit tot verborgen kosten voor de samenleving en kan het concurrentieverstorend werken. Ook heeft de Europese Commissie in 2024 een inbreukprocedure tegen Nederland gestart in verband met de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water.

Eerlijke verdeling van de kosten

De toenemende druk op de zoetwatervoorziening maakt een heroverweging van het huidige beleid noodzakelijk. Is het vanzelfsprekend dat inwoners en bedrijven via de waterschapslasten meebetalen aan water dat door andere bedrijven als productiemiddel wordt ingezet?

Het gaat daarbij niet alleen om de totale kosten, maar vooral om een eerlijke verdeling ervan. Waarom zouden inwoners van bijvoorbeeld Rotterdam-Zuid moeten meebetalen aan de zoetwatervoorziening die de productie van agrarische bedrijven op Goeree-Overflakkee mogelijk maakt?

Een mogelijk alternatief is het profijtbeginsel: wie aantoonbaar profiteert van een extra watervoorziening, draagt ook bij aan de kosten daarvan. In Zeeland wordt dit principe al toegepast. Daar betalen agrarische bedrijven in enkele polders een aanvullende bijdrage voor de aanvoer van zoet water.

Tijd voor herziening van het beleid

De beschikbaarheid van zoet water wordt de komende jaren een steeds belangrijker vraagstuk. Dat vraagt om zorgvuldig waterbeheer, maar ook om duidelijke keuzes over de financiering ervan.

Het huidige beleid van waterschap Hollandse Delta verdient daarom heroverweging. Het is niet vanzelfsprekend dat de kosten van grootschalig zakelijk watergebruik volledig bij de samenleving terechtkomen. Een redelijke bijdrage van de gebruikers kan bovendien stimuleren om bewuster en efficiënter met zoet water om te gaan.

Een toekomstbestendige zoetwatervoorziening vraagt niet alleen om voldoende water, maar ook om een eerlijke verdeling van de kosten. Wie profiteert van de beschikbaarheid van zoet water, moet ook verantwoordelijkheid nemen voor de prijs die daarvoor betaald wordt.

Redactionele opmerking: Ik heb de tekst bewust onafhankelijk geformuleerd en de politieke profilering van Water Natuurlijk weggelaten. De verwijzingen naar Europese regelgeving en de inbreukprocedure zijn inhoudelijk belangrijke onderdelen. Voor publicatie adviseer ik de precieze juridische status en aanleiding van de Europese inbreukprocedure uit 2024 nog te controleren, zodat het persbericht ook feitelijk en juridisch goed onderbouwd is.